AD(H)D staat voor aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en behoort tot de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Deze wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, impulsiviteit en bij sommige mensen ook hyperactiviteit. Om de diagnose te kunnen stellen, dienen de symptomen voor het 12e levensjaar aanwezig te zijn.
Mannen en vrouwen – de verschillen
Als je in de hersenen kijkt is ADHD bij mannen en vrouwen dezelfde stoornis én blijkt uit onderzoek dat ADHD net zo vaak bij vrouwen voorkomt als bij mannen. Toch ligt de gemiddelde leeftijd van waarop een vrouw de diagnose ADHD krijgt, een stuk hoger dan bij mannen. Vrouwen zijn namelijk gemiddeld 30-40 jaar oud voordat zij de diagnose krijgen. Terwijl bij mannen deze diagnose meestal al vóór hun zevende levensjaar wordt gesteld.

In de samenleving lijken er ook verschillen te zijn in hoe er wordt omgegaan met hyperactieve jongens en meisjes. Druk gedrag wordt meestal bij jongens vaak bemoedigd, maar bij meisjes geremd. Meisjes leren al vroeg dat explosief of impulsief gedrag niet passend is en leren daarom op vroege leeftijd al dit deel van zichzelf vaak te onderdrukken of te verbergen. Daarnaast komt het subtype ADD vaker bij meisjes voor, waarbij niet de hyperactiviteit, maar de concentratieproblemen op de voorgrond staan. Bij vrouwen is er daarom vaker sprake van internaliserende problemen en bij jongens vaker externaliserend.
Symptomen van ADHD
Vrouwen met AD(H)D herkennen zichzelf vaak in combinatie van onderstaande signalen. Niet iedereen heeft alles, en veel symptomen overlappen met stress of andere problemen.
- Organisatieproblemen: moeite met plannen, deadlines missen, chaos in huis of werk.
- Emotionele intensiteit: snel overstuur, schaamte na uitbarstingen, moeite om emoties te reguleren.
- Overcompensatie: perfectionisme, voortdurend checklisten, alles tot in de puntjes willen doen om fouten te vermijden.
- Vergeetachtigheid: vaker dingen kwijt, afspraken vergeten of laten uitlopen.
- Snel afgeleid: moeite om gesprekken of taken af te ronden door prikkels of interne gedachten.
- Rusteloosheid of innerlijke onrust: voelt niet altijd als fysieke hyperactiviteit, maar als mentale druk.
- Uitstelgedrag: taken blijven liggen door angst, overweldiging of simpelweg omdat beginnen te moeilijk voelt.
- Energiepieken en -dalen: dagen waarop je extreem productief bent en dagen waarop niets lukt.
- Laag zelfbeeld en schuldgevoel: constant het gevoel tekort te schieten, ‘niet genoeg’ te zijn.
Herken je meerdere punten? Overweeg een korte zelfcheck of informatiegesprek met je huisarts of psycholoog; meer weten helpt vaak al bij ontspanning.
